zoals gewoonlijk is de bus te laat. Godzijdank niet de driekwartier die ik gister stond te wachten, maar de gebruikelijke zeven tot tien minuten.
Het is eigenlijk nooit echt vol in de bus. En wonderbaarlijk genoeg zitten er altijd een aantal mensen precies op dezelfde plek. Zodat het heel vervelend lijkt alsof ik nog steeds in de bus zit, en niet alweer.
Soms moet ik ook wel even goed nadenken welke dag het vandaag is. En ik moet zeggen dat ik het liefst een sprongetje had willen maken bij de gedachte het vandaag vrijdag is.
Vanavond ga ik taart eten en krijg ik cadeautjes. Vanavond doen we een spelletje en is de familie weer eens compleet. Vanavond is marilou semi-jarig.
En ik heb er best wel zin in!
Maargoed, dat is vanavond. En tussen nu en dan zit nog een hele werkdag.
De bus komt in beweging en ik kan eindelijk mn koude voeten op de verwarming van de bus leggen. Het valt me op dat er hier iemand niet op de goede plek zit.
Normaal gesproken zit ze direct bij het trappetje, rechtvooraan in de linkerstoel. Maar daar zit nu iemand anders. Zij zelf zit precies aan de andere kant. In het hoekje weggekropen. Verslagen.
Ze kijkt op als ze me ziet. Ik weet zeker dat ze me herkent. Ik kom d'r zo goed elke dag tegen en ze houd me zo goed als elke dag in de gate.
Ze weet waar ik in stap, dat ik nooit een strippenkaart bij me heb en ze weet ook waar ik uit stap. Ze let op me of ik dan wel op tijd op het knopje druk en of ik wel op tijd van mn stoel kom.
Van haar weet ik alleen dat ze schuchter lijkt, teveel friemelt, normaal probeert te doen terwijl ze niet doorsnee is, dat ze in zichzelf praat en dat ze zwaait naar alle vrachtwagens.En ik weet dat mensen haar negeren.
Wat ik niet wist, vandaag zet ze de grote stap. Ze kijkt me aan en ik kijk terug voor zover dat gaat(ze is een beetje scheel). Ze zegt, hoi, jou zie ik vaak in de bus. Ja, zeg ik. En ik lach er vriendelijk bij. Daarna komt er een golfstroom van allerlei vragen. Waar stap ik uit. En ga ik dan naar school. Of ze me vanmiddag weer ziet en dat ze me echt vaak tegen komt. Nee echt vaak tegen komt. Veel vragen komen bijna onverstaanbaar uit haar mond maar ik blijf vriendelijk lachen en beantwoord zo goed als het kan elke vraag. Andere mensen in de bus kijken van mij naar haar.
Aan sommige mensen kan je heel goed zien dat ze mensen, die anders zijn dan zij, niet gewend zijn en ze niet goed weten wat ze ermee aan moeten. Ik zeg niet dat ik het wel kan. Het blijft misschien ook lastig. Maar in ieder geval, negeer ik ze niet.
Midden tussen haar vragenvuur door gaat al haar aandacht ineens naar een vrachtwagen chauffeur. Ze wacht tot we hem passeren en zwaait dan naar de man achter het stuur. Ik kan niet zien of hij terug zwaait.
'Zwaai je vaak naar vrachtwagenchauffeurs?' vraag ik. Maar ze reageert niet meer. Ze heeft namelijk alweer een nieuwe vrachtwagen in het vizier.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
Dat overkwam mijn zus dus laatst ook. Een jongen met down-syndroom kwam naast d'r zitten in de trein en begon allemaal vragen te stellen over waar zr woonde en of ze een vriend had en of d' vriend een rijbewijs had. En toen zaten ze ook nog bij elkaar in de bus.
...als iemand zich aan je opdringt word het wel vervelend vind ik.
Ja dat vond zij ook.
Een reactie posten